Een woning die in de winter prettig warm blijft, is in de zomer vaak precies het probleem. Goed geïsoleerde huizen houden warmte binnen, en dat werkt beide kanten op. Zodra de warmte eenmaal binnen is, komt hij er moeizaam weer uit.
De meeste tips die je hierover leest gaan over ventileren en over een ventilator. Die helpen, maar ze pakken het probleem niet bij de bron aan. Het grootste deel van de warmte komt namelijk niet via de muren binnen, maar via het glas.
Zonlicht dat door glas valt, wordt warmte
Als de zon op een raam schijnt, gaat een groot deel van die energie door het glas heen en wordt in de kamer omgezet in warmte. Wat eenmaal binnen is, blijft grotendeels binnen: vloeren, muren en meubels nemen die warmte op en geven hem ’s avonds weer af.
Daarom loopt een kamer op het zuiden of westen zo snel op, en daarom is een zonnige dag in mei soms benauwder dan een bewolkte dag in juli. Het gaat om directe instraling, niet alleen om de buitentemperatuur.
Binnen tegenhouden is te laat
Dit verklaart ook waarom rolgordijnen en jaloezieën aan de binnenkant maar beperkt helpen. Het zonlicht is dan al door het glas heen. Het doek vangt de straling op en warmt zelf op, waarna die warmte alsnog in de kamer terechtkomt.
Je merkt daar wel iets van, vooral omdat het minder verblindt en omdat directe zon niet meer op je meubels valt. Maar de temperatuur zakt er nauwelijks van. Zonwering aan de buitenkant houdt de energie tegen vóórdat die het glas passeert, en dat scheelt aanzienlijk meer.
Wat werkt waar
Voor een raam op de begane grond met ruimte erboven is een uitvalscherm of knikarmscherm een logische keuze. Op verdiepingen, waar vaak geen plek is voor een uitzwenkend scherm, is een screen praktischer: een doek dat strak langs de gevel naar beneden loopt.
Bij oudere woningen met kleinere ramen zie je nog regelmatig markiezen, die ook zijwaarts invallend licht wegnemen. En voor wie het raam volledig wil kunnen verduisteren, bijvoorbeeld in een slaapkamer, is een rolluik de meest complete oplossing, al kost dat wel het uitzicht.
Wat in jouw situatie kan hangen, hangt vooral af van de gevel, de windbelasting en of er ruimte is voor bevestiging. Dat laat zich lastig vanaf een computerscherm beoordelen. Een woninginrichter met een showroom, zoals morskieft reutum, laat je de verschillende systemen in het echt zien en komt meestal ook langs om op te meten, wat handig is omdat de maatvoering per type nauw luistert.
Verduistering en isolatie binnenshuis
Aan de binnenkant valt nog wel winst te halen als je kiest voor materiaal dat isoleert in plaats van alleen verduistert. Honingraatgordijnen hebben luchtkamers in het doek die als buffer werken, en dichte overgordijnen met een goede vulling doen in de winter hetzelfde de andere kant op.
Dat is geen vervanging van buitenzonwering, maar wel een prettige aanvulling, en in een huurwoning waar je niets aan de gevel mag bevestigen soms de enige optie.
Ventileren doe je op het juiste moment
Tot slot het meest onderschatte punt: timing. Ramen openzetten terwijl het buiten warmer is dan binnen, brengt warmte naar binnen in plaats van eruit.
De volgorde die wel werkt: overdag alles dicht en de zonwering neer, en pas in de late avond en vroege ochtend ventileren, het liefst met ramen aan twee kanten van het huis open zodat er een doorstroom ontstaat. Zet in de vroege ochtend ook de slaapkamerdeuren open, want die ruimtes koelen anders het traagst af.
Klein beginnen mag
Je hoeft niet meteen het hele huis van buitenzonwering te voorzien. Meestal zit het probleem in een of twee ruimtes: de kamer waar je ’s avonds zit, of de slaapkamer die de hele middag zon vangt.
Begin daar, en kijk daarna verder. Dat is goedkoper dan een woonhuisbrede oplossing, en je merkt binnen een week of het echt uitmaakt.